search

Nieuws

Standpunt; Inzet (internationale) medewerkers vleessector

Standpunt; Inzet (internationale) medewerkers vleessector
01 januari 2024 | Algemeen

Toelichting

Arbeid is een factor die van groot belang is voor de productiviteit, rentabiliteit en houdbaarheid van vlees producerende bedrijven. De productiewerkzaamheden worden grotendeels uitgevoerd door laaggeschoolde medewerkers. Het betreft veelal internationale medewerkers (arbeidsmigranten) uit Oost-Europa in dienst van uitzendbureaus en gespecialiseerde inleenbedrijven. De productieprocessen in de vleessector (met name in de varkensvleessector) zijn door de jaren heen specifiek voor deze doelgroep opgesplitst en vereenvoudigd. Dit om tegemoet te komen aan de hoge dynamiek (veel wisselingen) en het gebrek aan vakkennis.

De vleessector hecht bijzonder veel waarde aan deze doelgroep. In de afgelopen jaren zijn veel stappen gezet om te zorgen voor goede woon, werk- en leefomstandigheden gedurende hun inzet in de vleessector. Zo wordt er onafhankelijk gecontroleerd op de juiste beloning en wettelijke afdrachten door SNA en de kwaliteit van de huisvesting door SNF. In de cao vleessector zijn specifieke afspraken gemaakt over werkzekerheid en de leden van de COV volgen de Fair Employment Code van de COV voor al hun uitzendkrachten.

Inzet (internationale) medewerkers onder druk
Er zijn momenteel echter ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het aanbod en behoud van (internationale) medewerkers en het toekomstige arbeidspotentieel voor de vleessector.

1. Krappe arbeidsmarkt
Uit de Arbeidsmarktprognose 2023-2024 van het UWV blijkt dat het aantal banen weliswaar afneemt, maar dat de arbeidsmarkt krap blijft. De krapte is grotendeels structureel, doordat vraag en aanbod inhoudelijk onvoldoende op elkaar aansluiten. Daarnaast speelt de ontwikkeling van het arbeidsaanbod een rol. Het CPB verwacht dat de groei daarvan de komende jaren terugloopt tot bijna nul in 2030. Bij een algemeen krimpend arbeidsaanbod kunnen werknemers kritisch zijn en valt de keuze vaker op banen die minder belastend zijn en betere arbeidsvoorwaarden hebben dan in de vleessector.
 

2. Imago vleessector
Het werk in de vleessector wordt gezien als zwaar en eentonig. De vleessector heeft daarnaast te maken met een negatief imago in de politiek en pers. Deze omstandigheden zijn van invloed op de keuze voor (Nederlandse) medewerkers om in de sector te gaan werken. Internationale medewerkers zijn nog wel bereid om dit werk te doen. Voor hen is een beter inkomen dan in het eigen land de belangrijkste drijfveer. Door de toenemende vraag naar (laaggeschoolde) arbeid vanuit andere sectoren, zoals distributie en logistiek, ontstaat meer concurrentie op deze doelgroep. Inleenbedrijven signaleren steeds kortere arbeidsrelaties en vroegtijdiger uitstroom naar andere bedrijven met een aantrekkelijker propositie. Naar verwachting wordt dit vanaf begin 2024 duidelijk merkbaar.

3. Concurrerende arbeidsvoorwaarden
De primaire arbeidsvoorwaarden in de vleessector zijn momenteel onvoldoende concurrerend. De lonen zijn in de afgelopen periode minder gestegen dan in andere sectoren en de laagste loonschalen komen per 1 januari 2024 onder  het minimumloon. Het voordeel dat de sector nu nog heeft doordat het minimumloon nog op 36 uur is gebaseerd, vervalt per 1 januari 2024. Voor bedrijven is het cruciaal om hun internationale medewerkers veel arbeidsuren  te garanderen om dit gat enigszins te compenseren.

4. Herziening NL arbeidsmarktbeleid
De Nederlandse overheid en politiek zetten al enige tijd in op een ander arbeidsmarktbeleid met als doel meer vast werk en een betere positie van uitzendkrachten. Dit arbeidsmarktpakket heeft als doel om meer evenwicht te brengen in de verschillende contractvormen. Het pakket leidt mogelijk tot kostenverhogingen en beperking van de arbeidsbeschikbaarheid. De ketenregeling wordt aangescherpt door aanpassing van de huidige onderbrekingstermijn van 6 maanden naar een termijn van 5 jaar, de inlenersbeloning wordt verder aangescherpt en oproepcontracten worden vervangen door basiscontracten.

5. Overheidsbeleid gericht op verbeteren positie arbeidsmigranten
Onder leiding van Emile Roemer heeft het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten aanbevelingen gedaan om misstanden jegens internationale medewerkers aan te pakken. Het demissionair kabinet en de sociale partners hebben de aanbevelingen omarmd en men is begonnen met de uitvoering.

De belangrijkste initiatieven zijn:

1- Verplichte certificering
Het wetsvoorstel is inmiddels omgebouwd naar een verplichte toelating voor ter beschikking stelling van arbeid. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025, met een verplichtstelling van de toelating per 1 januari 2026.

Opzet:

  • Een “toegelaten” uitlener mag de markt op, een “niet-toegelaten” uitlener niet.
  • Verantwoordelijkheid voor het toelaten ligt bij de Minister, die daar stringente eisen aan stelt.
  • Controles door private inspectie instellingen o.g.v. bij AMvB vastgesteld normenkader.
  • Handhavingsrol voor de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).

Door dit voorstel komt de certificering door SNA te vervallen en komt de overheid zelf aan het stuur om bureaus te certificeren of de certificering te schrappen. Verwacht wordt dat deze certificering extra elementen zal bevatten en strenger en strikter wordt gehandhaafd. Als een bureau niet meer is toegelaten maar een opdrachtgever maakt er nog wel gebruik van, zal deze laatste een forse boete krijgen.

2- Wet goed verhuurderschap

Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. In de wet zijn regels opgenomen die specifiek gelden voor de verhuur aan internationale medewerkers. Zo is het nu wettelijk verplicht om de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst te scheiden. Daarnaast kunnen gemeenten voor de verhuur van een verblijfsruimte aan internationale medewerkers een verhuurvergunning instellen. Daarin kunnen zij voorwaarden stellen over het maximum aantal personen per kamer. Iedere gemeente moet vanaf 1 januari 2024 een meldpunt hebben voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. De gemeente kan naar aanleiding van een melding vervolgens zelf handhaven.

Veel gemeenten handhaven overigens nu al steeds strenger op het maximaal aantal bewoners dat in een woning mag verblijven. In de gemeentelijke verordening kan een maximaal aantal bewoners worden bepaald. De beschikbaarheid van huisvesting voor internationale medewerkers komt daarmee nog verder onder druk te staan. Sommige gemeenten eisen daarnaast dat bedrijven voldoende goede huisvesting beschikbaar hebben en vervoer en zorg als randvoorwaarde voor het uitbreiden of ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid.

6. Politieke ontwikkelingen ten aanzien van migratiebeleid
Het demissionair kabinet heeft een brede migratie-agenda opgesteld. Hierin stelt het kabinet onder meer dat arbeidsmigratie geen goedkope oplossing mag zijn voor werkgevers en alleen ingezet mag worden in specifieke gevallen en waar de nood om mensen te vinden hoog is en met name nog voor sectoren die van belang zijn voor de Nederlandse economie van de toekomst. Concreet wordt daarbij de vraag gesteld wat voor soort banen we in Nederland willen. Genoemd wordt dat een sectoraal uitzendverbod (voor bijv. de vleessector!) de inzet van internationale medewerkers financieel minder aantrekkelijk maakt en als neveneffect bijdraagt aan het verminderen van misstanden. Een lichtere tussenvariant is het opleggen aan sectoren om de inzet van uitzendkrachten voor vast werk te verminderen, op straffe van invoering van een sectoraal uitzendverbod.

Uit een analyse van verschillende verkiezingsprogramma’s blijkt verschillende politieke partijen de inzet van arbeidsmigratie willen verminderen, regulering aanscherpen en handhaving versterken, met diverse specifieke voorstellen. Veel punten uit de brede migratieagenda en de aanbevelingen van de Adviesraad Migratie komen terug in de verkiezingsprogramma’s.

Standpunt COV

De COV is van mening dat de inzet van internationale medewerkers cruciaal is voor de continuïteit van de Nederlandse vleessector, nu en in de nabije toekomst. Om die toestroom veilig te stellen is het op de eerste plaats noodzakelijk dat de COV en haar leden verder investeren in goed werkgeverschap richting deze doelgroep en daar ook transparant over zijn. Nadrukkelijk wordt daarbij rekening gehouden met de specifieke behoeften van deze doelgroep, zowel voor de short en mid stay als voor de long stay internationale medewerkers. Een goede samenwerking met de uitzendbureaus en gespecialiseerde inleenbedrijven is hierbij van groot belang.

De COV is gezien de gesignaleerde ontwikkelingen van mening dat de vleessector ook alternatieven moet verkennen om de inzet van internationale medewerkers ook op de lange termijn veilig te stellen. Enerzijds door het verkrijgen van tewerkstellingsvergunningen voor medewerkers uit andere (niet-EU) landen. Anderzijds zal de sector ook out of the box moeten kijken naar andere werkmodellen zoals het uitbesteden van de productie (aannemen van werk) of het voor bepaalde tijd in eigen dienst nemen van internationale medewerkers op grond van een specifiek (nog te ontwikkelen) maatwerk arbeidsvoorwaardenpakket. In deze alternatieven zal de rol van de bureaus mogelijk veranderen.

De COV is tenslotte van mening dat technologische innovaties voor het beperken van de inzet van productiepersoneel zoals mechanisering en robotisering ten volle moeten worden verkend en benut. De inzet van internationale medewerkers op het huidige niveau is op de lange termijn niet houdbaar. Deze lange termijn zou overigens wel eens korter zijn dan veel bedrijven nu denken of hopen. Het beperken van de factor arbeid biedt daarnaast bijkomende voordelen zoals het voorkomen van menselijke fouten of misstanden.

Wat doet de COV?

De COV zet zich direct of gezamenlijk met de vakbonden in voor het ontwikkelen van de randvoorwaarden voor goed werkgeverschap richting (internationale) medewerkers. Waar mogelijk worden hiervoor ook concrete instrumenten aangereikt.

De COV wordt partner van de pilot Brabants Migratie Informatie Punt. Het BMIP heeft als primair doel om op meerdere fysieke locaties objectieve en laagdrempelige ondersteuning en advies te bieden aan arbeidsmigranten om hun werkomstandigheden en levenskwaliteit te verbeteren. Naast het basisaanbod kunnen er sectorspecifieke diensten zoals recruitment en opleidingen worden aangeboden. Het is een aantrekkelijk format om de vleessector prominent te positioneren richting deze belangrijke doelgroep. De COV zal actief meewerken om deze pilot (indien geslaagd) uit te rollen naar andere relevante regio’s in Nederland. 

De COV zal de samenwerking met collega branches met een gelijk arbeidsprofiel op het thema arbeid versterken en ook initiatief nemen voor een gezamenlijke lobby voor het behoud van toegang tot internationale  medewerkers voor deze sectoren. Transparantie en communicatie over wat we al hebben bereikt en nog gaan verbeteren is hier een belangrijk onderdeel van.

De COV zal in contacten met leden, internationale concurrenten, andere branches machinefabrikanten en onderzoeksinstellingen actief de mogelijkheden verkennen van technologische innovaties om het beroep op productiepersoneel in de vleessector te verminderen.

Meer informatie: Thema arbeid