search

Nieuws

Belasting op vlees

Belasting op vlees
04 januari 2016 | Markt

Een extra Nederlandse belasting op vlees zal een belangrijk voedingsmiddel voor bepaalde groepen consumenten minder bereikbaar maken maar draagt niet wezenlijk bij aan doelen rond het verder willen verduurzamen van de vleesproductie, terwijl de maatschappelijke kosten daarentegen alleen maar zullen stijgen.

Overheden van diverse EU lidstaten en vertegenwoordigers van diverse Nederlandse politieke partijen schermen met enige regelmaat met het beleidsinstrument van een extra nationale belasting op (specifieke) voedingsmiddelen (of voedingstoffen) die als minder gezond worden gezien, dan wel het milieu te zeer zouden belasten.
Doel is het verbeteren van de volksgezondheid, het bevorderen van een keuze voor ‘duurzame producten’ dan wel het stimuleren van een verdere verduurzaming (vergroening) van de productie van voedingsmiddelen.

De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) en de Vereniging Nederlandse Vleeswaren (VNV) stellen, dat de gestelde beleidsdoelen niet worden gerealiseerd of  zelfs bevorderd met het beleidsinstrument van een (nationale) belasting, zoals op het product vlees (of op vetten of suikers). Een nationale fiscale maatregel zal volgens COV/VNV op alle beleidspunten naar alle waarschijnlijkheid zelfs tegengesteld gaan uitpakken.

Vlees: voedingswaarde en volksgezondheid
Vlees is een basisvoedingsmiddel met een hoge voedingswaarde.
(de hoogste nutriëntenindex van de meest gangbare voedingsmiddelen).
Dierlijke vetten uit vlees bevatten belangrijke bouwstoffen en zijn leveranciers van energie voor het menselijk lichaam. Het gemiddelde vetpercentage (verzadigd én onverzadigd) van veel vleessoorten en vleeswaren is in Nederland in vijftien jaar verminderd tot een ‘mager’ niveau, waarmee ons land (ook hierin) het voortouw heeft/neemt in het maatschappelijk verantwoord produceren.
Het gemiddeld consumptiepatroon rond vlees en vleeswaren is in Nederland gematigd en in lijn met gangbare adviezen (Schijf van Vijf) ten aanzien van een gezond en gevarieerd eet- en leefpatroon, waar vlees en vleeswaren goed in passen.
Er is beleidsmatig weinig reden om dat patroon te moeten willen doorbreken.

Het extra belasten van vlees maakt een essentieel voedingsmiddel voor grotere groepen in de bevolking minder bereikbaar. Vlees wordt duurder en is voor veel mensen mogelijk niet meer betaalbaar. Consumenten wijken uit (substitutie) naar goedkopere voedingsmiddelen met veelal lagere voedingswaarden. Dit leidt tot ongewenste effecten rond de gezondheid (gebrek aan vitaminen/mineralen, obesitas, hart- en vaatziekten) en daarmee tot stijgende maatschappelijke kosten.

Groepen die (Nederlands) vlees nog wel kunnen en willen betalen, blijven dat doen tegen kunstmatig hogere prijzen. Zo wordt een basis voedingsmiddel (weer) een luxe product voor de bovenlaag van de samenleving.

Duurzaamheid: de Nederlandse propositie
Nederland is voorloper op het gebied van dierenwelzijn, diergezondheidszorg en milieu.
De verdere verduurzaming van de veehouderij en van de vleesproductie zijn in ons land aan de orde van de dag. Inmiddels bereikt Nederland daarmee een niveau, dat maatschappelijk verantwoord ondernemen vanuit de Nederlandse kenniseconomie een marketing- én exportpropositie is geworden. De doelmatigheid van de Nederlandse vleesproductie is internationaal een voorbeeld voor het maatschappelijk verantwoord werken aan duurzame voedselvoorziening.

Nederland heeft vrij verkeer van goederen en diensten hoog in het vaandel.
Binnen de EU is het juridisch ongewenst en administratief buitengewoon ingewikkeld en praktisch vrijwel onuitvoerbaar om nationale, gedifferentieerde belastingen in te voeren.  

Als handels- en exportland bij uitstek moet ons land geen eenzijdige fiscale belemmeringen willen invoeren, die de eigen consumenten en bedrijfstakken treffen, maar de internationale concurrentie ongemoeid laten. Onbedoeld neveneffect van een nationale belasting op vlees zal zijn, dat handelsstromen met andere landen op gang komen. De markt verplaatst zich en de beleidsdoelen rond de volksgezondheid en de (verdere) verduurzaming van de productie zijn niet binnen bereik en worden niet gerealiseerd, integendeel.

De agrofood (inclusief vlees) en voedingsmiddelenindustrie, die bij de overheid als topsector staat aangeschreven, is niet gebaat bij nationale belastingverhogingen, maar vooral met de verlaging, met vermindering van de regeldruk, afname van administratieve lasten, gerichte overheidssupport, subsidies op gezonde(re) voeding, adequate voorlichting  en bijvoorbeeld een actieve rol in de exportbevordering. Die beleidsmatige route heeft de meeste positieve impact op een verdere bijdrage van de bedrijfstak aan de volksgezondheid, aan het helpen maken van ‘bewuste’ productkeuzes en het verder verduurzamen van de productie van Nederlands vlees.

Bijgaand een rapport in opdracht van de FNLI naar effecten gediffrentieerde belastingen op voeding en dranken.